Biologisch/Dynamisch tuinieren

Dynamisch tuinieren:

Dynamisch tuinieren;

Dit kan alleen maar in en op een biologische geprepareerde aarde. In een door kunstmest en bestrijdingsmiddelen verontreinigde bodem, zonder enig normbesef voor de toekomst en alleen het materialisme nastrevend, heeft het totaal geen zin om de krachten van de kosmos te leren gebruiken. Dynamisch tuinieren is meer dan een paar regeltjes uit een boek. Meer als een (mode)gril of een nice. Het is een filosofie over voeding en leven in - en met de natuur. Niet tegen de natuur in, maar er mee samenwerken. Niet om de hoeveelheid, maar om de kwaliteit met oog op wat er na ons komt.

Een (klein) stukje geschiedenis:

In een wat grijzer verleden is de georganiseerde landbouw ontstaan in de tijd dat de mensen meer op elkaar gingen wonen en van individuele zwervers, vaste bewoners werden. Dit vroeg om meer voedsel die nabij verbouwd konden worden. De eerste cultuurgronden die zo zijn ontstaan hebben jaren hun diest bewezen. De boeren hadden eeuwen samengeleefd met hun gewassen, hun vee , met de wisselingen van de seizoenen  en de stand van de sterren. De aarde werd bemest met alles wat maar verteren kon, zowel dierlijk als plantaardig. Na verloop van de tijd werden de gronden door de eenzijdige teelt steeds schraler en de opbrengst navenant minder. In de 19e eeuw ontdekte een duitse chemicus Justig von Liebig (1803-1873) na het verbranden van grote hoeveelheden planten, in de asresten verschilende hoeveel -heden mineralen tw. Nytrogenium (N) - stikstof; Phosfor (P) - fosfor; en Kalium (K) - kali, ons bekende samenstelling van de kunstmest (NPK). Een paar later, toen de onderzoekmethoden verbeterd werden, vond Justig nog veel meer mineralen en sporenelementen in kleinere hoeveelheden in de as. Echter toen had zijn werkgever - de chemische industrie - de kip met gouden eieren ontdekt en was geenzins van plan dit verdienmodel op tegeven en werd Justin op een zijspoor gezet. Echter het idee dat je via makkelijk oplosbare zouten het productieproces zo makkelijk kon beinvloeden is tot nu toe nog steeds gangbaar in de traditionele anorganische landbouw.                                                                                                                                De boeren vonden het op dat moment een zege voor hun uitgeputte akkers en gebruikten de bijna gratis verstrekte kunstmest in steeds grotere hoeveelheden voor hun te verbouwen producten. Echter op het einde van de 19e eeuw uiten een verontruste groep duitse boeren hun ongenoegen over het tovermiddel en de teloorgang van de kwaliteit van de gewassen, het gevoeliger worden voor allerlei plagen en de ziektes bij het vee. Wat men nodig had was een behoefte aan nieuwe inzichten in de kringloop van de natuur. Dit was het moment dat zij zich begin 20e eeuw tot Rudolf Steiner (1861 - 1925) richte. Steiner opgegroeid op het platteland in Oostenrijk had als filosoof, natuurwetenschapper en helderziende een antroposofische leer ontwikkeld waarin mens, geest, natuur en wijsheid in balans zijn. Deze leer moest de mensen behoeden om niet alleen maar materialistisch - maar ook esoterisch te denken. Dit was in de dogmatische wetenschap (alles moet tel -, meet -, zichtbaar) zijn, toen zeer ongebruikelijk. Op een een landgoed in Polen (Koberwitz) gaf hij een achttal lezingen over dit onderwerp getiteld - Vruchtbare landbouw op biologisch-dynamische grondslag, later als boek uitgegeven onder de titel Vruchtbare landbouw. Steiner was op zijn beurt weer geinspireerd door Goethe (1749 - 1832) die naast toneelschrijver, dichter ook botanicus was, was waarschijn -lijk de eerste wetenschapper die de wereld om ons heen "holistisch benaderde". Steiner benadrukte echter zeer sterk, dat alles in de praktijk onderzocht en geno-teerd moest worden. Helaas is hij een jaar na de voordrachten overleden en kon men hem niet meer consulteren over de diverse onderwerpen van zijn lezingen.

Mede door dit gegeven zijn op verschillende plaatsen in de wereld omvangrijke proefboerderijen ontstaan die met het ideengoed van Steiner aan de slag zijn gegaan. In Nederland is in 1937 de vereniging van biologische landbouw en voeding opgericht. Later georganiseerd in de Nederlanse Vereniging voor Ecologisch Landbouw (NVEL) en werd het keurmerk voor de BD, Demeter ingevoerd.

Voor een dynamische tuin, is diversiteit in bomen en struiken van zeer groot belang.

Dynamische preparaten in de praktijk:

We hebben het over Biologisch - en - Dynamisch telen, nog even voor de duidelijkheid;

Biologisch: Slaat op het ondersteunen van de levensprocessen in de natuur.

Dynamisch: Duidt op het hanteren van de krachten die vanuit de kosmos op de natuur inwerken.

Bij het dynamisch gedeelte wordt de natuur gezien als één geheel, één organisme waarvan de bodem - maar ook de sterren en planeten deel uitmaken. De statische plant is de brug tussen terrestriche (aardse) krachten en de kosmische (buitenaardse) krachtten.

De kunst van het BD telen is om deze krachten in het juiste evenwicht voor de plant beschibaar te maken en tevens gebruik maken van de meest ideale omstandigheden en condities op dat moment, voor die plant. Cultuurplanten zoals wij die telen, hebben geen keus en zijn gebonden aan de omstandigheden die aanwezig zijn, (tijd, aarde, bemesting, vocht, wind etc., kortom wat wij of de natuur bepalen. Gelukkig kunnen wij op verschillende manieren, gunstige invloeden aanwenden. Dit resulteert automatisch in evenwichtige gezonde planten, welke de nodige energie en voeding leveren die wij als consument nodig hebben. Uiteraard in een gesloten kringloop met inachtneming van - en - harmonie met het milleu.

Waar de biologische teelt de aarde voedt (niet de plant) en er voor zorgt dat de aarde in een goede conditie blijft, gaat de dynamische kant even verder door de aarde meer terug te geven en tevens het verstoorde evenwicht te herstellen. Steiner sprak in dit verband over het weer opnieuw tot leven wekken. Een manier om dat te bewerkstelligen is naast de gangbare manieren van organisch bemesten, het gebruik te maken van natuurlijke preparaten, welke deze processen versnellen. Deze (compost)preparaten zijn samengesteld uit zorgvuldig geselecteerde dierlijke - en - organische componenten van medicinale kruiden. Veschillende delen van dieren worden gebruikt/gevuld met verse mest, gesteente en kruiden, afhankelijk van hun functie worden ze in het na - of in het voorjaar begraven. In de maanden januari en februari is de aarde het meest levend, het leven is in die periode voor het grootste deel terug getrokken in de aarde. In de lente worden de preparaten begraven die meer licht en warmte moeten uitstralen. Begraven (ca 50 cm) in een goede vrucht- bare - en humusrijke aarde.

Zo behandelde mest en compost wordt later ingezet om de aarde te verlevendigen en te revitaliseren door toevoeging van de kosmische invloeden en daardoor de planten beter in staat te stellen om die invloeden uit de kosmos op te nemen.

De compostpreparaten:

Voor de preparaten onderscheiden we de hoornpreparaten - worden gevormd in koe-horens en rechtstreeks in de tuin toegepast - en de kruiden-preparaten, welke indirect gebruikt worden voor de composthoop. Voor de hoornpreparaten gebruiken we verse koe - paardenmest, waarmee de hoorn wordt gevuld en de ander wordt gevuld met kiezel/bergkristal, wat in een zeer fijn gemalen toestand wordt gebruikt. Deze twee preparaten zijn qua werking totaal verschillend. De mest moet voor de winter aan de aarde worden toevertouwd (levenskrachten) en de kiezel na de winter (warmte - lichtkrachten). De mest werkt in op de aarde en stimuleert de groei - en kiemkracht, toename van micro organismes en regelt het beschikbaar maken van de sporenelementen. Tevens wordt het altijd in de avonduren verwerkt, (grof gespat), dit omdat dan de kosmische krachten aarde gericht zijn, (van ca 15.00 uur tot 03.00 uur). Toepassen twee tot drie maal per jaar (voor, midden en eind seizoen)Kiezel werkt in de omgeving vlak boven het oppervlak en helpt bij de vrucht - en - bloemzetting, bij het afrijpen en draagt de licht - en - warmtekrachten over en stimuleert het stofwisseling proces. Kiezel vroeg in de morgen bij de opwaartse krachten, fijn vernevellen over de gewassen en aarde. Toepassen midden in de zomer, bij bloemvorming en vruchtzetting. Men spreekt ook wel over het ademen van de aarde, maar dat is meer een halfjaarlijks gebeuren, 's zomers uit - en  inade- men in de winter.

Beide hoornpreparaten dienen minimaal een uur geroerd te worden in een (houten) vat of emmer met lauw water. De hoeveelheden van het preparaat is mede afhankelijk van het te behandelen opp., maar voor de mest, een halve hoorn voor ca 1000 m2 en voor de kiezel is een mespunt voldoende. Tijdens het roeren moet een kolk in de emmer  ontstaan en om de minuut van draairichting veranderen, dit om een zo goed mogelijke opname vanuit de kosmos te bewerkstelligen. Deze bewegingen reflecteren de vorm van de kosmos en tevens de draaisnelheden van de planeten rond de zon. De dynamische preparaten bewerkstelligen een harmonieuze vertering van de composthoop en transformeren het organisch materiaal naar actieve humus. Er bestaat een kwalitatieve relatie tussen kalk en waterstof die lijkt op de kwalitatieve relatie tussen zuurstof en stikstof in de lucht. Onder invloed van waterstof wordt er nl. voortdurend kalk en kali omgezet in stikstofachtige bestanddelen en tenslotte in echte stikstof. En de stikstof doe op deze manier ontstaat is zo enorm nuttig voor de plantengroei.

Elk preparaat brengt zijn eigen specifieke kosmische impuls over. Zo bieden de preparaten de planten a.h.w. toegang tot de krachten uit de kosmos.

De kruidenpreparaten:

Hier hebben gebruiken we vijf soorten kruiden en één schorsprepaparaat, ieder preparaat is verbonden met een planeet met corresponderende eigenschappen.

De kruiden zijn;

Duizendblad (Alchillia milifolium) verbonden met Venus;

Zijn werking heeft met zwafel en weldadigheid te maken, logostiek wonder, het zet veel stoffen uit de kosmos op de juiste plekken af. Bloemen plukken (juli - augustus) op vruchtdagen met de Zon in Leeuw. Bereiding;  Een gedeelte van de bloemen kort koken en uitpersen, dat sap over de rest van de bloemen gieten en  twee handen vol samendrukken en in de blaas van een hert stoppen, dichtbinden en in de zon weghangen. In de herfst niet te diep begraven en in het voorjaar uit de blaas halen en gebruiken. De blaas van een hert is een afspiegeling van de kosmos en het hert heeft een bijzondere innige relatie met de aarde maar ook met zijn omgeving. Als alternatief voor de blaas kan men een uitgehold berkenstam gebruiken en gevuld ophangen.

Kamille (Matricaria chamonilla) verbonden met Mercurius;

Bevat veel kali en calcium, calcium houd de planten gezond en draagt bij tegen fructificatieprocessen (het te vroeg tot vruchtvorming en rijping overgaan). Bloemen plukken op bloemdagen voor midzomer. Kamille werk m.n. in op de darmflora en daarom wordt het (net zo voorbereid als het duizendblad), gestopt in een stuk runderdarm zoals men kleine worstjes maakt. Voor de winter weer niet te diep begraven in een en humusrijke aarde en in de lente weer opgraven. Werkt stimulerend op de plantengroei en zorgt er voor dat de stikstof beter in de mest behouden blijft. Als alternatief voor de darm kan men gebruik maken van een stuk Lariks en daarna begraven voor midzomer.

Brandnetel (Urtica dioica) verbonden met de Zon;

De brandnetel is een niet te overschatten plant en heeft vele goede eigenschappen, behalve kali, calcium en zwafel heeft het ook een verbinding met ijzer en die zijn in de natuur bijna net zo gunstig als de ijzerstralingen in ons bloed. Haar innelijke activitieten zijn dan ook verwant aan ons hart. De planten kunnen tevens gebruikt worden om een teveel aan ijzer in de bodem, te verhelpen. Hier gebruiken we de hele plant (behalve de wortels), drukken het samen en begraven het rechtstreeks, afgedekt met een laagje turf, in de grond. De plaats wel duidelijk markeren en na een jaar opgraven. De werking via de compost is van een soort inteligent maken van de aarde.

Paardenbloem (Taraxacum officinales) verbonden met Jupiter;

De paardenbloem zorgt met zijn wisselwerking voor een verbinding tussen kalium en kiezelzuur. Kiezelzuur is beslist nodig om het kosmische naar binnen te halen. De prachtige gele paardenbloem is een weldaad voor de omgeving waarin hij groeit, indien juist behandeld. Plukken in de morgen als de bloementjes bijna open zij, snel drogen en voor de winter begraven als worstjes in een runderdarmschiel. In de lente opgraven en dan in de compost stoppen. Het preparaat geeft de bodem het vermo - gen om net zoveel kiezelzuur uit de kosmos aan te trekken als nodig is voor de planten. Door dit preparaat wordt ook de directe omgeving een voedingsbodem voor onze cultuurplanten, het bevorderen van de sensitiviteit van de planten werkt uiterst heilzaam op het groeiprocessen. Als alternatief voor de darm kunnen we een stuk stam van de Esdoorn gebruiken en medio juni begraven.

Valeriaan (Valeriana officinales) verbonden met Saturnus:

Vateriaanextract heeft het vermogen om in te werken op de fosforprocessen. De Valeriaan heeft als enig bekende plant het vermogen om (enige) warmte te ontwikkelen mede door de het warmte element wat ook de fosfor heeft. Hier gebruiken we de bloementjes om er sap uit te persen, dit dan weer zeer sterk verdunnen en fijn vernevelen over de composthoop. Daarnaast kan je ook nog een gedeelte in een gemaakt gaatje in de composthoop gieten. Het sap altijd in het donker bewaren.

Eikenschors (Quercus robur) verbonden met Mars:

Eikenschors bevat rijkelijk veel calcium - 77% in de asresten - en wordt toegepast om de energiebanen te reguleren. Calcium zonder meer toe voegen aan de bodem heeft niet zo veel effect, calcium heeft juist een levende element nodig om genezend te werken. Opmerkelijk is dat ook eiken die op kalkarme zandgrond groeien net zoveel calcium bevatten als elders groeiende.

Hier gaar het niet om de bloemetjes maar om de schors van de eik, oogsten op worteldagen. Van de Eik wordt een stukje afgeschraapt en fijn gemaakt tot een kruimelige consistentie, dit wordt in een schedeldak van een huisdier gestopt en weer afgedekt met beendermateriaal. Dit begraven we - afgedekt met turf- in de aarde op een plek waar zo veel mogelijk regenwater overloopt. Begraven medio november. Als alternatief voor de schedel kan men een stuk stam of dikke tak van dezelfde Eik gebruiken.

Verwerken van de compostpreparaten:

Dit gebeurt tijdens - of na het opzetten  van een compost/mesthoop.   Hoe de composthopen opgezet moeten worden, wordt bij het hoofdstuk compost behandeld.

In de opgezette hoop wordt met een (bezem/hark)steel 6x een gaatje gemaakt van ca 40 cm diep, voor ieder preparaat één. Van het preparaat wordt met een klein beetje materiaal van de hoop een balletje gemaakt en in het gaatje gestopt, ietwat aandrukken opdat er overal goed contact met de hoop ontstaat en vervolgens dicht maken met materiaal van de hoop. De gaatjes verdelen over het oppervlak van de hoop. Het valeriaan preparaat met en gieter over het gehele oppervlak voor driekwart verdelen en het laatste beetje in het overgebleven gaatje gieten. Daarna de hoop afdekken met ademend materiaal (doek - karton) of een laagje aarde. Onbedrukt gelaagd karton gebruiken, vrij van plakband en ander (slecht verteerbaar) materiaal. Het afdekken heeft als doel om de energie (stikstof/gassen) in de hoop te laten en niet door vervluchtigen, verloren laten gaan.

Alle preparaten, m.u.v. het kiezel-hoorn-preparaat, moeten in het donker bewaard worden, liefst omkleed met turf. Het kiezel preparaat juist in een glazen potje in de zon bewaren (lichtimpuls is een kenmerk van de kiezel).